SocraPedia
Werkruimtes
WerkruimtesAlleen wat voor jou beschikbaar is

Model

Regulatieve cyclus

Onderdelen van dit artikel

Wat is het model?

De regulatieve cyclus is een model van Pieter J. van Strien om een concreet praktijkprobleem te onderzoeken en gericht te verbeteren. Het verbindt vijf fasen: probleemstelling, diagnose, plan, ingreep en evaluatie. Je maakt zichtbaar waarom je voor een aanpak kiest en wat aanleiding geeft om die keuze te herzien. [S1, S5]

In één oogopslag

De kern is dat een oplossing moet aansluiten op een onderzocht probleem. Wie meteen een maatregel kiest, kan het verkeerde probleem aanpakken. De cyclus helpt je daarom drie dingen uit elkaar te houden: wat er moet verbeteren, waarom de situatie zo is en welke verandering daarbij past.

Na uitvoering vergelijk je de uitkomst met het doel. Als de situatie niet verbetert, kijk je opnieuw naar de verklaring, het plan én de uitvoering. Je herhaalt dus niet automatisch dezelfde maatregel.

Componenten

Lees de cyclus in de richting van de pijlen. De uitleg staat direct bij elk onderdeel.
  1. 1Probleemstelling

    Bepaal met de betrokkenen wat er aan de hand is, voor wie dat een probleem vormt en wat beter moet. Beschrijf een gewenste situatie voordat je een oplossing kiest.

  2. 2Diagnose

    Onderzoek welke factoren het probleem verklaren of in stand houden. Vergelijk de ervaringen van betrokkenen met waarnemingen en relevante vakkennis. Formuleer een voorlopige, te toetsen verklaring.

  3. 3Plan

    Kies een aanpak die aansluit op de verklaring. Spreek af wie wat doet, welke verandering je verwacht en wanneer en waaraan je het resultaat beoordeelt.

  4. 4Ingreep

    Voer het plan uit. Houd bij wat werkelijk is gedaan, welke omstandigheden veranderen en welke bedoelde of onbedoelde gevolgen zichtbaar worden.

  5. 5Evaluatie

    Vergelijk wat er is gebeurd met het afgesproken doel. Besluit wat kan stoppen, doorgaan of veranderen. Bepaal of je de uitvoering, het plan, de verklaring of de probleemstelling opnieuw moet onderzoeken.

Terugkoppelen en opnieuw afwegen

Diagnose betekent hier: onderzoeken hoe het praktijkprobleem begrepen kan worden. Het gaat niet automatisch om het vaststellen van een stoornis. De vijf fasen hieronder onderscheiden verschillende vragen; ze schrijven geen vaste tijdsduur voor. [S5]

De reflexieve pauzes zijn momenten om de onderbouwing te onderzoeken, geen extra stappen. De eerste betreft mogelijke verklaringen, de tweede de keuze van een passende aanpak. De verwijzing naar Van Strien hierover is via Imants en collega’s geraadpleegd. [S6]

Hoe werkt het?

De fasen hangen samen via je redenering. Je verwacht dat een ingreep helpt omdat die aansluit op je verklaring van het probleem. Die verwachting moet bespreekbaar en corrigeerbaar blijven.

Stel dat afspraken uitvallen. Een herinnering sturen past bij de verklaring dat mensen de afspraak vergeten. Als de werkelijke belemmering een onhaalbaar tijdstip is, grijpt die herinnering daar niet op aan. De diagnose verandert dan welke aanpak zinvol lijkt.

Ook bij de evaluatie maakt dit verschil uit. Is een plan niet uitgevoerd, dan kun je het uitblijven van resultaat niet zonder meer aan het plan zelf toeschrijven. Is het wel uitgevoerd, onderzoek dan of je verklaring of verwachte werking moet worden aangepast.

Zo lees je het

Lees de pijlen als samenhang tussen vragen. Terugkoppeling betekent dat nieuwe informatie gevolgen kan hebben voor een eerdere keuze. Tijdens het plannen kun je bijvoorbeeld merken dat nog onduidelijk is wat de betrokkenen zelf als verbetering zien. Dan keer je terug naar de probleemstelling.

De cyclus is dus geen afvinklijst. Het gaat om de kwaliteit van de antwoorden en de onderbouwing van de overgangen.

Voorbeeld

Fictief praktijkvoorbeeld — afspraken bij een jongerenteam

Een jongerenteam merkt dat jongeren geregeld niet verschijnen. Er wordt voorgesteld strengere herinneringen te sturen. Sociaal werker Sam vraagt eerst wat er achter de uitval zit.

Probleemstelling
Het team wil minder gemiste afspraken. De jongeren willen hulp op een tijdstip dat zij kunnen halen en duidelijkheid over het doel van het gesprek. Samen omschrijven zij het vraagstuk: hoe maken we de afspraken begrijpelijk én uitvoerbaar? Daarmee is aanwezigheid niet de enige maatstaf.

Diagnose
Sam bekijkt uitnodigingen en spreekt jongeren. Sommigen weten niet waarvoor ze komen; anderen kunnen door wisselende werktijden niet op het geplande moment. De verklaring ‘te weinig motivatie’ is dus onvoldoende. Twee verschillende belemmeringen vragen mogelijk om verschillende maatregelen.

Plan
Het team herschrijft de uitnodiging en stemt de beschikbaarheid vooraf af. Twee jongeren lezen de nieuwe tekst mee. Het team spreekt af na vier weken te kijken naar gemiste afspraken én te vragen of de uitnodiging duidelijk was en het tijdstip haalbaar. Zo ligt vooraf vast wat het wil leren.

Ingreep
Medewerkers gebruiken de nieuwe uitnodiging en vragen naar beschikbaarheid. Zij noteren ook wanneer afstemmen niet lukt. Daardoor is later zichtbaar of de aanpak daadwerkelijk is uitgevoerd.

Evaluatie
De gesproken jongeren begrijpen beter waarvoor de afspraak is, maar sommige afspraken vallen nog uit door werkroosters. Het team behoudt de duidelijkere uitnodiging en onderzoekt flexibeler tijdstippen. Het past het plan aan op basis van de gevonden belemmering.

Wat maakt dit cyclisch?
De evaluatie levert een reden op om terug te gaan naar diagnose en plan. Het team concludeert niet alleen ‘de aanpak werkt niet’, maar onderzoekt welk deel van het probleem nog blijft bestaan. De cyclus helpt zo om gericht bij te stellen.

Toepassen

Gebruik het model wanneer je een verbetering moet kiezen en verantwoorden. Leg in een overleg vast: welk probleem bespreken we, waarop baseren we onze verklaring en waarom past de gekozen aanpak daarbij?

Een concrete controlevraag is: ‘Als deze verklaring niet klopt, zouden we dan nog steeds dit plan kiezen?’ Als het antwoord nee is, weet je welke aanname extra onderzoek vraagt. Kies informatie die die aanname kan bevestigen én tegenspreken.

Wat levert het op?

De cyclus kan een navolgbare beslissing opleveren: dit wilden we verbeteren, dit was onze verklaring, daarom kozen we deze aanpak en op deze gronden stellen we bij. Dat helpt betrokkenen en collega’s om keuzes te bespreken.

Een volledig ingevuld schema is op zichzelf geen bewijs dat de aanpak werkt. Daarvoor moet je ook kijken naar de informatie waarop de keuzes berusten, de daadwerkelijke uitvoering en de uitkomsten.

Valkuilen en grenzen

Pas op dat je het schema achteraf niet mooier maakt dan het proces werkelijk was. Noteer ook twijfel, verschil van mening en onverwachte gebeurtenissen. Die informatie kan juist verklaren waarom bijstellen nodig is.
Wie bepaalt wat een verbetering is? Dat verdient een gesprek. Een team kan minder uitval wensen terwijl een jongere vooral behoefte heeft aan hulp op een haalbaar moment. Beide perspectieven hebben gevolgen voor het plan.
De cyclus vervangt geen inhoudelijke deskundigheid. Gebruik daarnaast de vakkennis en professionele afspraken die bij het vraagstuk horen.

Herkomst

Pieter J. van Strien werkte aan de methodologische verantwoording van professioneel handelen. Zijn boek Praktijk als wetenschap verscheen in 1986. Het artikel uit 1997 behandelt de regulatieve cyclus expliciet voor psychologische praktijk. [S1, S2]

Netwerk

Van Strien is de auteur bij wie dit model wordt uitgewerkt. McKenney en Visscher-Voerman bespreken het later bij de opleiding van onderwijsontwerpers. Dat is toepassing in een andere context, geen gezamenlijk auteurschap van het oorspronkelijke model. [S1, S5]

Bronnen

[S1] Van Strien, P.J. (1997). Towards a methodology of psychological practice: The regulative cycle. Theory & Psychology, 7(5), 683–700. DOI: 10.1177/0959354397075006. Samenvatting en bibliografische gegevens geraadpleegd via de Rijksuniversiteit Groningen.

[S2] Van Strien, P.J. (1986). Praktijk als wetenschap: methodologie van het sociaal-wetenschappelijk handelen. Van Gorcum. Bibliografische verwijzing; het boek is voor deze herziening niet integraal geraadpleegd.

[S5] McKenney, S. & Visscher-Voerman, I. (2013). Formal education of curriculum and instructional designers. Educational Designer, 2(6). De passage over de vijf fasen en het onderscheid met de empirische cyclus is geraadpleegd.

[S6] Imants, J., Van Veen, K., Pelzer, B., Nijveldt, M. & Van der Steen, J. (2010). Onderzoeksgerelateerde activiteiten in het dagelijkse werk van leraren. Pedagogische Studiën, 87(4), 272–287, p. 275. De eerder gecontroleerde verwijzing naar Van Strien (1986, p. 26) is indirect via dit artikel.

Het jongerenvoorbeeld is een eigen fictieve illustratie van SocraPedia, geen beschreven onderzoeksuitkomst.